Het eerstgenoemde document is hieronder uitgewerkt weergegeven. De twee andere documenten kan ik helaas niet op de website gezet krijgen (PDF) Deze documenten lopen we globaal na.
Uit de inhoud van het eerste document (All Farm Base) blijkt, citaat:
HOOFDSTUK AB ALGEMENE BASIS MODULE AGRARISCH BEDRIJF
AF . 1 REGISTRATIES EN ZELFBEOORDELING/INTERNE INSPECTIE
AF . 2 PERCEELSGESCHIEDENIS EN -BEHEER
AF . 3 GEZONDHEID, VEILIGHEID EN WELZIJN VAN MEDEWERKERS
AF . 4 AFVAL- EN MILIEUBEHEER, RECYCLING EN HERGEBRUIK
AF . 5 MILIEU EN MILIEUBEHEER
AF . 6 KLACHTEN
AF. 7 TRACEERBAARHEID
Onderstaand het door ons ingevuld Global Gap document. Dit document is voor publicatie op deze site aangepast aan 2010 en aangepast naar de klant, de VWA en de AID. Per slot van rekening gaat NIET Global Gap over de voedselveiligheid betreffende onze kruiden, maar de VWA.
De controlepunten in deze module zijn van toepassing voor alle producenten die gecertificeerd willen worden, aangezien deze alle belangrijke zaken dekt, die relevant zijn voor het agrarisch ondernemen.
AF
1
REGISTRATIES EN ZELFBEOORDELING/INTERNE INSPECTIE
Belangrijke details van agrarische praktijken moeten zijn geregistreerd en de registraties worden bewaard.
AF
1.1
Zijn alle voor inspectie vereiste registraties toegankelijk en worden deze tenminste 2 jaar bewaard, tenzij een langere periode wordt voorgeschreven in specifieke controlepunten?
Minor Must
Ja
Alle documenten betrekking hebbende op de gehele kruidenteelt, de percelen, de bemesting, bespuitingen etc zijn allen aanwezig. De klant dan wel iemand van de VWA / AID kan deze ten alle tijden inzien.
AF
1.2
Neemt de teler of telergroep de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van respectievelijk minimaal één interne audit(zelfbeoordeling) of telergroep-inspectie per jaar volgens de GLOBALGAP norm?
Major Must
Ja
Wijzelf doen tenminste één audit per jaar. Tijdens deze audit lopen we al het papierwerk na, maken de nieuwe formulieren voor de documentatie( o.a. perceelsnummering), herijken het gewasbeschermingsplan o.a. n.a.v. nieuwe wetgeving m.b.t. kruidenteelt
AF
1.3
Zijn er effectieve corrigerende maatregelen ondernomen naar aanleiding van tekortkomingen van de interne audit?
Major Must
Ja
Er zijn altijd aanpassingen nodig
AF
2
PERCEELSGESCHIEDENIS EN -BEHEER
Een van de hoofdelementen van duurzame landbouw is de continue integratie van specifieke kennis en praktische ervaring in toekomstige management planning en activiteiten. Dit gedeelte is bedoeld om te waarborgen, dat het land, gebouwen en andere faciliteiten, die deel uitmaken van het bedrijf op een passende wijze worden beheerd, zodat een veilige productie van voedsel en bescherming van het milieu wordt gewaarborgd.
Perceelsgeschiedenis
AF
2.1.1
Is er een registratiesysteem opgezet voor elke productie-eenheid of andere locaties waarin permanent registraties zijn opgenomen van veehouderij productie en/of agrarische activiteiten plaatsvinden op deze locaties? Zijn deze registraties overzichtelijk en up-to-date?
Major Must
Ja
Elke kruiden teelt locatie is beschreven, met plattegronden.
Nº
BEHEERSPUNT
NIVEAU
OK
NOT OK
NVT
OPMERKING
AF
2.1.2
Is er een referentiesysteem opgezet voor elk perceel, boomgaard, kas, stal of andere plaatsen/locaties die in gebruik zijn en zijn deze terug te vinden op een schema of plattegrond van het bedrijf?
Minor Must
Ja
Alle kruiden percelen hebben een code. Deze code staat op de afleverbon vermeld.
AF
2.2
Perceelsbeheer
AF
2.2.1
Is een risico-inventarisatie gemaakt in geval van nieuwe agrarische locaties(d.w.z. teelt- of veebedrijf of bedrijven met aquaculturen) of huidige locaties (alleen bij verandering van risico’s), waaruit blijkt dat de betreffende locatie geschikt is voor productie met het oog op voedselveiligheid, welzijn voor medewerkers, milieu en dierenwelzijn, waar van toepassing?
Major Must
Ja
Bij nieuw te pachten percelen waarvan wij de geschiedenis niet goed kennen wordt een risico evaluatie gemaakt. Zie gewasbeschermingsplan
AF
2.2.2
Is er een beleidsplan opgesteld waarin actiepunten zijn opgenomen om alle geïdentificeerde risico’s zoals vervuiling of verontreiniging van het water, te minimaliseren? Zijn de resultaten van deze analyse geregistreerd en worden ze gebruikt om te verantwoorden dat de betreffende locatie geschikt is?
Minor Must
Ja
Het betreft hier enkel schone grondwaterputten. In de nabijheid ligt natuurgebied Kaldenbroek waar verschillende meetpunten zijn aangelegd. Uit metingen blijkt dat het water altijd een goede – voor beregening – kwaliteit heeft. Zie Bijlage II, waterkwaliteit natuurgebied Kaldenbroek
AF
3
GEZONDHEID, VEILIGHEUD EN WELZIJN VAN MEDEWERKERS
De mens staat centraal bij een veilige en efficiënte exploitatie van elk agrarisch bedrijf. Dit gedeelte is bedoeld om te garanderen dat veilig wordt gewerkt en dat alle medewerkers begrip hebben van en competent zijn voor de door hen uit te voeren taken; voorzien zijn van geschikt gereedschap/uitrusting om veilig te kunnen werken; en dat in geval van ongelukken, tijdige en passende assistentie kan worden verkregen.
Er zijn geen medewerkers
AF
3.1
Risico-inventarisaties
AF
3.1.1
Is er een risico-inventarisatie voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden uitgevoerd?
Minor Must
nvt
AF
3.1.2
Hebben bedrijven een gedocumenteerde gezondheids-, veiligheid- en hygiënebeleid en procedures inclusief de onderwerpen van de risico inventarisatie van controlepunt 3.1.1?
Minor Must
nvt
AF
3.2
Training
AF
3.2.1
Worden trainingen/opleidingen en deelnemers daaraan geregistreerd?
Minor Must
Nº
BEHEERSPUNT
NIVEAU
OK
NOT OK
NVT
OPMERKING
AF
3.2.2
Beschikken alle medewerkers die werken met en/of het beheer voeren van diergeneesmiddelen, gewasbeschermingsmiddelen, ontsmettingsmiddelen of andere gevaarlijke stoffen en alle medewerkers die werken met gevaarlijke stoffen en alle medewerkers die werken met gevaarlijke of complexe apparatuur(zoals gedefinieerd in de risico inventarisatie in 3.1.1), over de juiste certificaten om hun competentie aan te tonen en/of details van andere dergelijke kwalificaties?
Major Must
Ja
Wout heeft een spuitlicentie.
AF
3.2.3
Hebben alle medewerkers volgende training gehad op het gebied van gezondheid en veiligheid en zijn zij geïnstrueerd overeenkomstig de risico-inventarisatie van controlepunt 3.1.1.
Minor Must
Nvt
AF
3.2.4
Is er ten tijde van werkzaamheden op elk bedrijf altijd ten minste 1 persoon aanwezig die een EHBO-cursus heeft gevolgd?
Minor Must
Ja
Erica heeft BHV
AF
3.2.5
Heeft het bedrijf gedocumenteerde hygiëne instructies?
Minor Must
Ja
Hangt in tunnel en in werkbus, klik hier voor hygieneregels "Werken met kruiden".
AF
3.2.6
Hebben medewerkers basisinstructies op gebied van hygiëne ontvangen volgens de hygiëne standaarden zoals gedocumenteerd in controlepunt AF.3.2.5 ?
Minor Must
Wij hebben geen medewerkers
AF
3.2.7
Zijn de hygiëneprocedures van het bedrijf geïmplementeerd?
Minor Must
Ja
Al jaren
AF
3.2.8
Zijn alle onderaannemers en bezoekers op de hoogte van de relevante eisen op gebied van persoonlijke veiligheid en hygiëne?
Minor Must
Ja
AF
3
Gevaren en Eerste Hulp
AF
3.3.1
Zijn er ongevallen procedures aanwezig, zijn deze zichtbaar en kenbaar gemaakt aan alle personen die betrokken zijn bij werkzaamheden op het bedrijf?
Minor Must
Ja
Er hangen bordjes met telno artsen
AF
3.3.2
Worden potentiële gevaren aangeduid met waarschuwingstekens op plaatsen waar dat nodig is?
Minor Must
Ja
Op de gewasbeschermingsmiddelenkast hangen de waarschuwingstekens
AF
3.3.3
Zijn veiligheidsadviezen over stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van medewerkers beschikbaar/toegankelijk, indien nodig?
Minor Must
Wij hebben geen medewerkers
Nº
BEHEERSPUNT
NIVEAU
OK
NOT OK
NVT
OPMERKING
AF
3.3.4
Zijn EHBO-koffers aanwezig op alle vaste plaatsen en in de nabijheid van het veldwerk?
Minor Must
Ja
EHBO koffertje in tunnel en bus
AF
3.4
Beschermende kleding/uitrusting
AF
3.4.1
Zijn de uitvoerenden (inclusief aannemers/loonwerkers) uitgerust met geschikte beschermende kleding die in overeenstemming is met de instructies op het etiket of conform de wettelijke eisen?
Major Must
Ja
Spreekt voor zich
AF
3.4.2
Wordt beschermende kleding schoongemaakt na gebruik en zodanig opgeslagen dat besmetting van de beschermende kleding en apparatuur wordt voortgekomen?
Major Must
Ja
Beschermende kleding wordt na gebruik gereinigd
AF
3.5
Welzijn medewerkers
AF
3.5.1
Is een lid van het management identificeerbaar aangewezen als verantwoordelijk voor gezondheid, veiligheid en welzijn van de medewerkers?
Major Must
Wij hebben geen medewerkers
AF
3.5.2
Vindt regelmatig overleg met tweezijdige communicatie plaats tussen management en medewerkers? Zijn er notulen van deze twee bijeenkomsten?
Aanbeveling
AF
3.5.3
Is er informatie beschikbaar die een accuraat overzicht geeft van alle medewerkers?
Minor Must
AF
3.5.4
Hebben medewerkers toegang tot schone bewaarruimten voor eetwaren, aangeduide eetruimten, handenwasgelegenheden en drinkwater?
Minor Must
AF
3.5.5
Is huisvestingvoor medewerkers op het bedrijf bewoonbaar en beschikt deze over alle basisvoorzieningen?
Minor Must
AF
3.6
Loonwerk
AF
3.6.1
Is de relevante informatie beschikbaar indien de teler gebruik maakt van loonwerkers op zijn bedrijf?
Het beperken van afval moet inhouden: Beoordeling van bestaande praktijken, vermijden van afval, beperken van afval, hergebruik van afval, en recyclen van afval.
AF
4.1
Benoeming van afval en verontreinigende stoffen
AF
4.1.1
Zijn alle mogelijke afvalstoffen en bronnen van vervuiling van alle bedrijfsonderdelen geïdentificeerd?
Minor Must
Ja
Zie bijlage
Nº
BEHEERSPUNT
NIVEAU
OK
NOT OK
NVT
OPMERKING
AF
4.2
Afval- en milieuvervuilingactieplan
AF
4.2.1
Is er een geschreven afvalbeheersplan teneinde verspilling en vervuiling te voorkomen of te beperken en storten van afval of verbranding te voorkomen door recyclen? Wordt organisch afval gecomposteerd op het bedrijf en gebruikt voor bodemverbetering indien geen risico bestaat voor overdracht van ziekten?
Aanbeveling
Ja
Gezien de minimale afvalstroom is er geen afvalbeheersingsplan geschreven. Het afval zelf is in de bijlage 4.1.1. benoemd.
Er is geen resterend organisch materiaal.
AF
4.2.2
Is dit afvalbeheersplan geïmplementeerd?
Aanbeveling
NVT
AF
4.2.3
Is het bedrijf en erf vrij van rommel en afval om te voorkomen dat het een broedplaats wordt van zieketen en plagen, welke kan leiden tot voedselveiligheidsrisico’s?
Major Must
Ja
Spreekt voor zich
AF
4.2.4
Zijn er op een bedrijf geschikte voorzieningen voor afvalverwerking?
Aanbeveling
NVT
AF
5
MILIEU EN MILIEUBEHEER
AF
Agrarisch ondernemen en milieu zijn onafscheidbaar aan elkaar gekoppeld. Beheer van natuur en landschap is van groot belang; verhoging van soortenrijkdom als ook de structurele verscheidenheid van land- en landschappelijke eigenschappen zal bijdragen in de rijkdom en verscheidenheid van flora en fauna.
AF
5.1
Invloed van agrarische activiteiten op het Milieu en Biodiversiteit (kruiscontrole met AB 5.5 Aquacultuur Basis voor certificering van de subscopes van A)
AF
5.1.1
Heeft de teler een beleidsplan voor natuurbeheer opgesteld voor zijn/haar eigen bedrijf, waarin de invloed van activiteiten van het agrarisch bedrijf op het milieu als uitgangspunt is genomen?
Minor Must
Ja
Wij zijn hier reeds mee begonnen in 1982. Een overzicht staat in de bijlage
AF
5.1.2
Heeft de teler nagedacht hoe hij/zij de omgeving kan worden verbeterd ten gunste van de lokale gemeenschap en fauna en flora?
Is dit beleidsplan verenigbaar met duurzame commerciële agrarische productie en minimaliseert het de negatieve effecten op het milieu?
Aanbeveling
Ja
In 2010 zijn we begonnen met de aanleg van een "bloemenborder" voor insecten. Met name soorten aangeplant voor de late bloei. Op deze wijze komen er o.a. sluipwespen die de verse kruiden insectenvrij kunnen houden
AF
5.1.4
Bevat dit beleidsplan een basisinventarisatie om de biodiversiteit aan flora en fauna op het bedrijf te bepalen?
Aanbeveling
Ja
Zie bijlage
AF
5.1.5
Bevat dit beleidsplan maatregelen om schade aan of achteruitgang van leefgebieden op het bedrijf te voorkomen?
Aanbeveling
Ja
Enkel gericht op vooruitgang. Met name gericht op verbeteren bodemleven. Verse kruiden zijn zeer gevoelig voor slechte bodemomstandigheden
Nº
BEHEERSPUNT
NIVEAU
OK
NOT OK
NVT
OPMERKING
AF
5.1.6
Bevat dit beleidsplan activiteiten om leefgebieden te verbeteren en de biodiversiteit op het bedrijf te verhogen?
Aanbeveling
Ja
AF
5.2
Niet-productieve locaties
AF
5.2.1
Is overwogen om niet-productieve locaties (bijv. laag gelegen natte gebieden, akkerranden of arme grond) om te vormen naar beschermde gebieden ter bevordering van de natuurlijke flora en fauna?
Aanbeveling
Ja
Er is een stukje bos in ons bezit, passief beheer.
AF
5.3
Efficiënt gebruik energie
AF
5.3.1
Kan de teler laten zien dat hij het energiegebruik bijhoudt?
Aanbeveling
Ja
Benzinebonnetjes
AF
6
KLACHTEN
Beheer van klachten lijdt tot een beter systeem en betere naleving van GLOBALGAP eisen.
AF
6.1
Is er een klachtenprocedure die betrekking heeft op het voldoen aan de richtlijnen van de GLOBALGAP norm?
Niet
Er zijn geen klachten
AF
6.2
Waarborgt de klachtenprocedure dat klachten adequaat opgeschreven, bekeken en opgevolgd worden, en dat ondernomen maatregelen geregistreerd worden?
Major Must
Niet
Er zijn geen klachten
AF
7
TRACEERBAARHEID
AF
7.1
Heeft de teler een gedocumenteerde recall procedure om geregistreerde producten uit de markt te halen?
Major Must
Ja
Alle kruiden zijn altijd uit de markt te halen. Er is duidelijk genoteerd - per datum - van welk perceel de kruiden komen.
Dit gedeelte wordt daar waar het relevant is beantwoord. De verwijzing GBP verwijst naar het gewasbeschermingsplan. Daar wordt gedetaileerd ingegaan op de genoemde problematiek.
Wat de vragen betreffende de gewasbescherming aangaat, deze vallen allemaal onder de
Deze behoeven in onze ogen dan ook geen aparte beantwoording.
Daarbij, de teelt van verse kruiden behoeft nagoenoeg geen chemische bestrijding van ziekten en plagen.
Nummer
Vraagstelling
Ja / nee/ nvt
Opmerkingen
CB1
Is het GLOBALGAP (EUREPGAP) geregistreerde product terug te traceren tot en te traceren vanaf het geregistreerde bedrijf (en andere relevante geregistreerde locaties) waar het product geteeld is?
Ja, altijd
Registratiesysteem is in orde. Leveringen kunnen per dag getraceerd worden.
CB 2
RASSEN EN UITGANGSMATERIAAL
Ja
Zie GBP
CB 3
PERCEELSGESCHIEDENIS EN -BEHEER
Ja
Zie GBP en de gehele site
CB 4
BODEMBEHEER
Ja
Zie GBP en de gehele site
CB 5
BEMESTING
Ja
Zie GBP en de gehele site. Alle giften worden grondig gedocumenteerd. Wat wij precies mesten is ons bedrijfsgeheim.
CB 6
IRRIGATIE/FERTIGATIE
Ja
Er wordt enkel grondwater als irrigatiewater gebruikt. Roestig grondwater wordt vermeden. Kruiden worden verder NIET gewassen.
GROENTE EN FRUIT MODULE
FV . 1 UITGANGSMATERIAAL
FV . 2 BODEM- EN SUBSTRAATBEHEER
FV . 3 IRRIGATIE/FERTIGATIE
FV . 4 OOGST
FV . 5 PRODUCTBEHANDELING (N.V.T. wanneer er geen productbehandeling plaatsvindt)
Dit gedeelte wordt daar waar het relevant is beantwoord. De verwijzing GBP verwijst naar het gewasbeschermingsplan Daar wordt gedetaileerd ingegaan op de genoemde problematiek.
Nummer
Vraagstelling
Ja / nee/ nvt
Opmerkingen
FV 1
UITGANGSMATERIAAL
Ja
Zie GBP en de gehele site
FV 2
BODEM- EN SUBSTRAATBEHEER
NEEN
Er is geen chemische bodemontsmetting, zie ook GBP